Dit was het toekomstatelier ‘Bodem: de logica van de ondergrond’
Met de Blikveld Toekomstateliers creëren we een experimentele ruimte waar ontwerppraktijk, beleid en onderzoek elkaar ontmoeten rond actuele landschapsvragen. In lijn met het jaarthema Landschap Doorgronden trokken we op 19 mei 2026 met bio-ingenieur Dieter Anseeuw (Urban Forestry Lab, VIVES Hogeschool) door Gent om de relatie tussen bodem, beheer en landschapsontwikkeling van dichtbij te verkennen.
Tijdens een wandeling langs verschillende groene initiatieven in het Citadelpark, de Overpoort, de Kunstlaan, de Bijloke en andere locaties. Eén thema werd bijzonder zichtbaar: de cruciale rol van beheer in het vormgeven van stedelijke natuur. Bodems en beplanting ontwikkelen zich niet vanzelf, maar worden voortdurend gestuurd door keuzes rond maaibeheer, aanplanting en onderhoud.
Tegelijk bleek hoe die keuzes vaak balanceren tussen ecologische ambities en maatschappelijke verwachtingen. Hoe creëer je meer ruimte voor biodiversiteit zonder dat gebruikers het groen als verwaarloosd ervaren? Verschillende voorbeelden toonden hoe beheerstrategieën ook een esthetische dimensie hebben. Strategisch gemaaide stroken kunnen bijvoorbeeld leesbaarheid creëren binnen extensiever beheerde graslanden en zo draagvlak vergroten voor ecologische doelstellingen.
Onderweg werd ook stilgestaan bij de intelligentie van wortelsystemen. In de Overpoort zagen we hoe bomen en planten zelfs in sterk verharde omgevingen waterbronnen opsporen en hoe kleine ingrepen, zoals een lekkende afvoer, onverwacht de ontwikkeling van vegetatie kunnen sturen. Aan de Kunstlaan werd duidelijk hoe belangrijk doorwortelbare ruimte is voor bomen.
Aan het Provinciehuis ging de aandacht naar wilde bestuivers en de plantenkeuzes en beheerslogica’s die nodig zijn om hen te ondersteunen. Niet alleen een gevarieerd bloemenaanbod, maar ook bloeiperioden en vegetatiestructuren bepalen voor hen de ecologische waarde van een plek. Bij de Bijloke ontstond een gesprek over de relatie tussen bodemzorg en boomgezondheid, onder meer via diverse soorten mulch als mogelijke ondersteuning voor jonge fruitbomen.
Wat bleef hangen? Vooral het besef dat wat ondergronds leeft en gebeurt, onlosmakelijk verbonden is met wat bovengronds groeit. Bodems vormen hierbij een actieve partner in landschapsontwikkeling. Wie het landschap wil ontwerpen, moet dus ook de logica van de ondergrond lezen.
Dat roept enkele fundamentele vragen op. Hoe kunnen ontwerpers en beheerders samen nieuwe esthetieken ontwikkelen die bodemgericht beheer zichtbaar en aanvaardbaar maakt? En zijn we als samenleving bereid om hierbij onze verbeelding van een ‘verzorgd’ landschap te herdenken?
